Het gebruik van web-analytics door nieuwsredacties

Kenza Lamot en professor Steve Paulussen van de Universiteit Antwerpen (UA) hebben onderzoek gedaan naar het gebruik van web-analytics door Vlaamse nieuwsredacties. Daartoe voerden ze 21 diepte-interviews met nieuwsmanagers en webjournalisten van zeven Vlaamse kranten, de publieke en commerciële omroep VRT en VTM, het nieuwsmagazine Knack en de nieuwswebsite Newsmonkey.

Dit zijn hun belangrijkste bevindingen:

  • Web-analytics zijn sterk ingeburgerd op Vlaamse redacties.
  • De meest populaire web-analytics zijn Google Analytics en Chartbeat; voor sociale media zijn dat Crowdtangle en Ezy Insights.
  • Er werden de afgelopen jaren nieuwe jobtitels in het leven geroepen die zich uitsluitend bezig houden met de analyse en interpretatie van de cijfers.
  • Journalisten lijken analytics te gebruiken voor:
  1. Story placement: welke plaats op de website krijgt het artikel?
  2. Story packaging: welke koppen werken het best (bv. via A/B-testen)?
  3. Story planning: wat interesseert de lezer, wat wordt meer aangeklikt, of langer gelezen?
  4. Story imitation: wanneer de concurrentie iets brengt dat bovenmatig goed presteert, maar aan de eigen aandacht ontsnapt is, zal de eigen redactie dat op basis van de analytics overnemen (al dan niet in een ander jasje).
  5. Performance evaluation: analytics als motiverend schouderklopje en incentive om andere journalisten te overtuigen van een ‘digital’ of ‘audience first’-strategie.
  6. Audience conception: beter inzicht in de interesses en opinies van het lezerspubliek.

De onderzoekers lichten hun bevindingen toe in een korte nota op de website van de UA. Hun volledige artikel is gepubliceerd in Journalism Practice.

SmartOcto

SmartOcto monitort voor Vlaamse en Nederlandse nieuwsmedia wat er gebeurt met stukken als ze online komen. Het heeft een verleden in de VRT Sandbox, de incubator van de VRT voor innovatieve start-ups.

Villamedia sprak met Erik van Heeswijk, bedenker, medeoprichter en directeur van databedrijf CleverLions, dat SmartOcto levert. Hij deelt enkele lessen over wat online werkt. Dit zijn zijn belangrijkste tips:

  1. Maak minder stukken. En maak die stukken beter. Dus niet met minder mensen meer doen.
  2. Zet niet alles meteen online. Soms kun je best even wachten tot de volgende ochtend. Een analyse van de Champions League is anders al weggezakt in de nieuwsstroom.
  3. Kijk wanneer je site goed wordt bezocht en zorg dat er dan nieuwe content klaar staat.
  4. Zorg er voor dat je niet alle artikelen langs dezelfde meetlat legt. Een stuk dat bedoeld is om abonnees te winnen beoordeel je anders dan een stuk dat gericht is op engagement.
  5. De avond wordt belangrijker. Mensen zitten dan op hun mobiel.
  6. LinkedIn is een onderschat platform om content aan te jagen.

Gevaren?

Uit het UA-onderzoek bleek nog dat journalisten over het algemeen een positieve houding hebben ten aanzien van analytics, maar zich bewust zijn van de gevaren die schuilen in een onoordeelkundig gebruik ervan.

Zo stelden de geïnterviewde journalisten dat er niet zomaar op clicks gejaagd wordt. Analytics moeten volgens de journalisten steeds afgetoetst worden aan nieuwswaardigheidvan een event. Wat populair is, mag wat relevantis niet verdringen. De geïnterviewde journalisten onderstreepten het belang van een goede nieuwsmix.

Premiestelsel

The Herald Sun, de grootste krant van Australië en eigendom van mediamagnaat Rupert Murdoch, keert intussen bonussen uit aan journalisten op basis van de populariteit van hun stukken. Journalisten krijgen voor het ‘binnenhalen’ van digitale abonnees een bonus van 6 tot 30 euro per artikel. Ook kan het aantal unieke lezers en pageviews leiden tot de uitkering van een bonus. Bij elkaar opgeteld zou dit honderden Australische dollars per week extra kunnen opleveren.

De vrees is uiteraard dat zo’n premiestelsel leidt tot een toenemende focus op onderwerpen die toch al populair zijn. Auteurs die schrijven over sensationele kwesties (zoals misdaad) zullen bevoordeeld worden. Maar dat zou ondervangen worden door de populariteit van deelrubriek mee te wegen. Meer hierover in De Standaard.